Het was afzien bij de beesten, ook voor Mathieu van der Poel. In de sneeuw van Mol probeerde hij voortdurend zijn handen op te warmen. Een valpartij in die ijzige koude deed daar geen goed aan. Na de finish en die achtste zege kermde hij in het tentje van de pijn en de koude. Opwarmen, dát was prioriteit nummer één. “Het was verschrikkelijk.”